Niet elk trauma laat zich herinneren

Een jeugd die best oké was

Soms vragen mensen me tijdens een kennismakingsgesprek of ze eigenlijk wel trauma hebben. Hun jeugd was toch best oké? Er was liefde, ze hebben niets meegemaakt wat je meteen als traumatisch zou bestempelen en als ze terugkijken, kunnen ze niet echt iets aanwijzen waarvan ze denken: dát heeft mij gevormd. Ik begrijp die vraag wel, want als we aan trauma denken, denken we vaak aan grote gebeurtenissen, aan situaties waarin er iets verschrikkelijks gebeurt en waarvan we ons later nog precies herinneren hoe het was. Alsof er ergens een duidelijke grens bestaat tussen een jeugd waarin alles min of meer goed ging en een jeugd waarin iets misliep. Maar hoe langer ik hiermee bezig ben, hoe minder vanzelfsprekend ik die grens vind.

Ik groeide zelf op in een warm en gewoon gezin. Er was liefde, er waren geen grote drama’s en als ik mijn jeugd zou moeten beschrijven, zou ik daar niet meteen een zwaar verhaal van maken. Toch zijn er dingen die ik pas veel later ben gaan herkennen, dingen die ik vroeger gewoon vond en waar ik dus ook niet bij stilstond. Je groeit nu eenmaal op in een omgeving waarin bepaalde dingen vanzelfsprekend zijn. Je leert hoe mensen met elkaar omgaan, wat er van je verwacht wordt en hoe je ervoor kunt zorgen dat het leven een beetje aangenaam blijft, voor jezelf én voor de mensen om je heen. Dat gaat meestal niet met grote aankondigingen. Niemand hoeft je uit te leggen hoe je je moet gedragen; je merkt het gewoon. Aan reacties, aan stiltes, aan wat gewaardeerd wordt en aan wat je misschien beter achterwege laat.

En voor je het weet, heb je allerlei dingen over jezelf en de wereld geleerd zonder dat je ooit bewust besloten hebt dat het zo hoort. Misschien heb je ontdekt dat flink je best doen je iets oplevert. Misschien ben je erachter gekomen dat het prettiger is om geen ruzie te maken, of dat anderen het fijn vinden wanneer jij rekening houdt met hun behoeften. Allemaal heel begrijpelijk, en op zichzelf hoeft daar niets verkeerd aan te zijn. Alleen weet je als kind nog niet dat er ook andere manieren bestaan om in het leven te staan. Je past je aan aan de wereld waarin je terechtgekomen bent, en die aanpassing wordt stilaan de manier waarop je de wereld tegemoet treedt.

Wat we onderweg over onszelf leren

Ik vind het boeiend hoe iets wat ooit een heel begrijpelijke reactie was, later zo vanzelfsprekend kan worden dat we het niet eens meer als een reactie herkennen. Je bent bijvoorbeeld iemand die graag alles goed doet. Daar is toch niets mis mee? Of je bent zorgzaam, neemt verantwoordelijkheid op en staat altijd klaar voor anderen. Mensen waarderen dat, misschien ben je er zelfs trots op, en terecht. Tot je op een dag merkt dat je nauwelijks nog weet wat je zelf wilt, omdat je zo gewend bent geraakt om eerst te kijken naar wat anderen nodig hebben. Of je ontdekt dat je helemaal niet zo goed tegen kritiek kunt als je dacht, dat een kleine opmerking je veel langer bezighoudt dan je zou willen, of dat je je pas echt ontspannen voelt wanneer alles en iedereen tevreden is.

Dan wordt het interessant, vind ik. Niet omdat die eigenschappen plots verkeerd zouden zijn, maar omdat je begint te vermoeden dat er misschien meer achter zit dan je tot dan toe hebt gezien. Wat maakt dat je zo je best doet? Waarom is het zo moeilijk om iemand teleur te stellen? Wat gebeurt er wanneer je eens niet degene bent die alles opvangt, regelt of in goede banen leidt? Misschien vind je daar geen spectaculair antwoord op. Misschien herinner je je zelfs geen specifieke gebeurtenis die verklaart waarom je geworden bent wie je bent. En toch kun je vandaag merken dat bepaalde situaties iets in je teweegbrengen waar je zelf niet helemaal vat op hebt.

We denken nogal gemakkelijk dat we onszelf goed kennen omdat we ons eigen levensverhaal kennen. We weten waar we opgegroeid zijn, wat we gestudeerd hebben, welke keuzes we gemaakt hebben en wat we allemaal meegemaakt hebben. Maar er is ook een deel van onszelf dat zich niet zo gemakkelijk in een verhaal laat vatten. De gewoontes die we nooit in vraag stellen, de reacties die sneller komen dan onze gedachten en de gevoelens waarvoor we niet meteen woorden hebben. Misschien is dat ook waarom mensen tijdens een kennismakingsgesprek niet altijd begrijpen waar hun klachten vandaan komen. Ze hebben er al over nagedacht, soms jarenlang, en kunnen hun leven best goed uitleggen. Alleen verandert er niet noodzakelijk iets doordat je begrijpt hoe je leven verlopen is.

Het lichaam heeft soms een ander verhaal

Wat me daarin blijft fascineren, is dat we niet alles hoeven te kunnen herinneren om er vandaag nog de invloed van te ervaren. Sommige ervaringen hebben nooit een duidelijk verhaal gekregen. Misschien waren we te jong om te begrijpen wat er gebeurde, misschien was er niemand bij wie we terechtkonden met wat we voelden, of misschien was er eenvoudigweg geen ruimte om erbij stil te staan. Je moest verder, je paste je aan en het leven ging door. Dat betekent niet dat je voortdurend met een verborgen drama rondloopt. Het betekent ook niet dat elke moeilijkheid in je volwassen leven terug te voeren is op je jeugd. Maar het maakt wel dat ik voorzichtig ben geworden met de gedachte dat iets geen invloed kan hebben gehad omdat we het ons niet herinneren of omdat het destijds niet zo erg leek.

Soms merk je die invloed pas op in het gewone leven van vandaag. Je zit met iemand aan tafel en merkt dat je je woorden zorgvuldig begint te kiezen omdat je niet wilt dat de ander zich ongemakkelijk voelt. Je hebt een vrije dag en vindt het moeilijk om gewoon wat rond te hangen, alsof je eerst iets nuttigs moet doen voordat je mag genieten. Of iemand maakt een opmerking en voor je het weet, ben je in je hoofd al aan het bedenken hoe je kunt uitleggen dat je het echt niet verkeerd bedoeld hebt. Misschien merk je ook dat je lichaam sneller reageert dan je gedachten: je ademhaling verandert, je buik trekt samen of je voelt een onrust die je niet meteen kunt plaatsen.

Je hoofd kan daar natuurlijk verklaringen voor bedenken. Soms zijn die heel behulpzaam, soms brengen ze je niet veel verder. Want je kunt best begrijpen dat je niet iedereen tevreden hoeft te houden en toch spanning voelen wanneer iemand ontevreden is. Je kunt weten dat fouten maken menselijk is en toch moeite hebben om iets af te geven dat niet helemaal perfect is. Weten hoe het anders kan, betekent blijkbaar niet automatisch dat je het ook zo ervaart. En misschien hoeven we dat niet meteen als een tekortkoming te beschouwen. Het kan ook een uitnodiging zijn om nieuwsgieriger te worden naar wat er in ons gebeurt, voorbij de verklaringen die we onszelf al zo vaak verteld hebben.

Je hoeft niet alles te begrijpen

We zijn zo gewend om dingen te willen begrijpen, verklaren en oplossen. Zodra we ergens last van hebben, gaan we op zoek naar de oorzaak en vervolgens naar een manier om ervoor te zorgen dat we er geen last meer van hebben. Dat is op veel momenten bijzonder nuttig. Ik zou zelf ook niet graag zonder mijn nieuwsgierigheid en mijn vermogen om verbanden te leggen door het leven gaan. Tegelijkertijd ontdek ik steeds meer dat begrijpen niet altijd het begin van verandering is. Soms blijf je met je hoofd zoeken naar een antwoord terwijl je eigenlijk nog nauwelijks hebt stilgestaan bij wat je voelt. Je kunt een hele theorie over jezelf ontwikkelen en ondertussen nog altijd voorbijgaan aan datgene wat zich op dit moment in je lichaam aandient.

Misschien begint er iets te veranderen wanneer je niet onmiddellijk iets met dat gevoel hoeft te doen. Wanneer je merkt dat je gespannen bent en niet meteen probeert te ontspannen. Wanneer je verdriet voelt zonder jezelf uit te leggen waarom het eigenlijk niet nodig is om verdrietig te zijn. Of wanneer je ontdekt dat je ergens geen zin in hebt en jezelf niet meteen begint te overtuigen dat het toch verstandig zou zijn om het te doen. Het klinkt eenvoudig, maar voor iemand die gewend is om vooral flink, redelijk of behulpzaam te zijn, kan er een hele wereld opengaan wanneer die niet onmiddellijk hoeft te reageren op wat er vanbinnen gebeurt.

Daarvoor hoef je niet eerst een verborgen herinnering boven water te halen. Je hoeft jezelf ook niet te overtuigen dat je vroeger meer tekortgekomen bent dan je dacht. Misschien was je jeugd op heel veel manieren warm en liefdevol, en zijn er tegelijk dingen die je gemist hebt. Die twee kunnen naast elkaar bestaan. Liefde sluit niet uit dat er momenten waren waarop je je alleen voelde. Goede bedoelingen betekenen niet dat er altijd ruimte was voor wat jij nodig had. En ouders kunnen veel voor hun kinderen betekenen zonder dat ze alles konden geven wat een kind nodig had. Dat maakt hen niet noodzakelijk slechte ouders en jou niet noodzakelijk een slachtoffer. Het maakt ons vooral menselijk, denk ik, met alle mogelijkheden en beperkingen die daarbij horen.

Wat ooit een goede manier was om je staande te houden, hoeft bovendien niet voor altijd de enige manier te blijven. Je mag nog altijd zorgzaam zijn zonder altijd klaar te staan. Je mag graag goed werk leveren zonder dat alles perfect moet zijn. Je kunt rekening houden met anderen zonder jezelf telkens op de laatste plaats te zetten. Misschien verandert er niet eens zoveel aan wie je bent, maar komt er wel meer ruimte voor andere kanten van jezelf die tot nu toe minder aan bod kwamen.

En zo kom ik toch weer terug bij die vraag die mensen me stellen: heb ik eigenlijk wel trauma? Ik weet niet of het altijd zo belangrijk is om daar meteen een antwoord op te vinden. Misschien is het interessanter om eens te kijken naar de manieren waarop je vandaag in het leven staat. Wat gaat vanzelf en wat kost je eigenlijk veel meer moeite dan je zou willen? Waar pas je je aan zonder erbij stil te staan? En waar zou je misschien iets meer ruimte kunnen maken voor wat je zelf voelt, denkt of verlangt?

Niet om alsnog een probleem te ontdekken dat opgelost moet worden, maar om jezelf beter te leren kennen. Want misschien zit de beweging niet in het vinden van een verklaring voor alles wat achter je ligt, maar in het ontdekken van mogelijkheden die je vandaag nog niet zo goed kent.

Je hoeft niet alles te herinneren om jezelf beter te leren begrijpen. En je hoeft ook niet alles te begrijpen om wat meer ruimte te maken voor jezelf.

Soms mag iets gewoon beginnen met opmerken wat er in je leeft, en daar even bij blijven. Zonder oordeel, zonder haast. Niet omdat je iets moet helen, maar omdat ook dat deel van jou er mag zijn.

Vorige
Vorige

Wanneer het lichaam mag voelen