Een sessie eindigt niet wanneer iemand weer naar huis gaat
Soms gebeurt er tijdens een sessie iets wat iemand diep raakt. Er komt een gevoel naar boven dat lang verborgen zat, een inzicht valt op zijn plaats of iemand merkt plots iets op wat diegene voordien nog niet kon voelen. Er kan iets verschuiven, zonder dat je precies kunt benoemen wat er veranderd is. En soms is dat ook helemaal niet nodig. Je voelt dat er iets in beweging is gekomen.
Maar wat gebeurt er daarna, wanneer iemand weer naar huis gaat en het gewone leven zijn intrede doet? Wanneer de deur van de praktijk achter zich dichtvalt, de auto gestart wordt, de boodschappen nog gedaan moeten worden of de kinderen opgewacht worden aan de schoolpoort?
Ik denk dat we soms wat gemakkelijk vergeten hoe groot de overgang kan zijn tussen de ruimte die we tijdens een sessie creëren en de wereld waarin iemand daarna opnieuw terechtkomt. In die ruimte is er misschien tijd om stil te staan, te voelen en te onderzoeken. Er is iemand aanwezig die mee aandacht geeft aan wat zich aandient. Maar buiten die ruimte wachten de vertrouwde omstandigheden, de dagelijkse beslommeringen en soms ook de mensen en situaties waarin iemand al jarenlang op een bepaalde manier probeert overeind te blijven.
De sessie is niet de wereld waarin iemand leeft
Tijdens een sessie kan iemand dichter bij zichzelf komen. Misschien voelt die voor het eerst in lange tijd verdriet, merkt die hoe gespannen het lichaam eigenlijk is of ontdekt die dat er onder de boosheid ook iets anders schuilgaat. Dat kan waardevol zijn, maar het betekent niet noodzakelijk dat iemand op dat moment ook weer helemaal klaar is om de draad van het dagelijkse leven op te nemen.
Ik vraag me weleens af of we voldoende stilstaan bij dat tussenmoment. Het moment waarop iemand de sessie verlaat, maar nog niet helemaal terug is in de wereld waar die straks opnieuw zelf zijn weg moet vinden.
Want ook wanneer er tijdens de sessie iets moois of betekenisvols gebeurt, kan iemand nog wat verdwaald zijn in wat er aangeraakt werd. De aandacht zit misschien nog sterk bij een gevoel, de ademhaling is veranderd of iemand voelt zich wat licht in het hoofd. Soms is er rust, soms juist onrust. En soms kan iemand heel helder vertellen wat er gebeurd is, terwijl het contact met het eigen lichaam nog wat op de achtergrond blijft.
Dat laatste vind ik bijzonder interessant. We kunnen woorden hebben voor wat er in ons omgaat en tegelijk nog niet helemaal aanwezig zijn bij onszelf. Begrijpen wat er gebeurd is en opnieuw voelen waar je bent, zijn nu eenmaal niet hetzelfde.
### Terugkeren naar het gewone
Daarom vind ik het belangrijk om niet alleen aandacht te hebben voor wat er tijdens een sessie ontstaat, maar ook voor de terugkeer naar het gewone leven. Niet omdat iemand na een sessie per se rustig, ontspannen of helemaal in balans moet zijn. Het leven laat zich tenslotte niet in een bepaalde toestand vastzetten. Wel omdat het verschil maakt of iemand voldoende aanwezig is om weer zelf verder te kunnen.
Dat vraagt soms niet meer dan even vertragen. Opmerken hoe iemand kijkt, luisteren naar de manier waarop die antwoordt of zien hoe de ademhaling verloopt. Voelen de voeten de grond? Is iemand nog wat afwezig, alsof die ergens tussen twee werelden hangt? Of is er opnieuw contact met de ruimte waarin we ons bevinden?
Ik merk hoe gemakkelijk we daarbij opnieuw in ons hoofd kunnen terechtkomen. We willen weten of iemand voldoende gegrond is, of de ademhaling laag genoeg zit en of er nog iets moet gebeuren vooraleer de sessie afgerond kan worden. Alsof er ergens een onzichtbare norm bestaat waaraan iemand moet voldoen om weer naar buiten te mogen.
Maar zo werkt het natuurlijk niet. Niet iedereen hoeft zich na een sessie rustig te voelen. Soms is er nog verdriet, soms blijft er spanning aanwezig en soms is iemand vooral moe. Dat hoeft niet meteen te betekenen dat de sessie niet goed afgerond is. Het gaat er eerder om of iemand voldoende contact heeft met zichzelf en de omgeving om te kunnen voelen wat er op dat moment nodig is.
Een heel gewone vraag kan daarbij soms meer vertellen dan een uitvoerige beschrijving van de innerlijke ervaring. Niet zozeer de inhoud van het antwoord is belangrijk, maar de manier waarop iemand weer contact maakt met het hier en nu. Natuurlijk blijft ook dat maar één signaal, geen sluitend bewijs van hoe iemand zich werkelijk voelt.
Wat neem je mee wanneer je weer naar buiten stapt?
Er is nog iets wat me bezighoudt. We kunnen tijdens een sessie samen iets ontdekken, maar uiteindelijk is de cliënt degene die daarna verder leeft met wat er aangeraakt werd. Ik kan aanwezig zijn, meevoelen en helpen onderzoeken, maar ik kan niet mee naar huis om op moeilijke momenten even een hand op iemands schouder te leggen.
Misschien hoeft dat ook helemaal niet. Het lijkt me juist waardevol wanneer iemand gaandeweg ontdekt wat hem of haar kan helpen wanneer het leven weer wat ingewikkelder wordt. Soms is dat iets heel eenvoudigs: even naar buiten gaan, de voeten voelen terwijl je staat te wachten, bewust rondkijken in de ruimte of opmerken dat je ademhaling versnelt. Het kan ook betekenen dat je iemand belt, steun vraagt aan een vertrouwd persoon of opnieuw contact opneemt met een hulpverlener wanneer je merkt dat je er zelf niet uit geraakt.
Ik houd niet zo van het idee dat iemand na een traject alles alleen zou moeten kunnen. Zelfstandigheid betekent voor mij niet dat je niemand meer nodig hebt. Het betekent eerder dat je steeds beter leert herkennen wat er in je gebeurt en welke vorm van ondersteuning op dat moment passend is. Soms kun je jezelf helpen, soms heb je iemand anders nodig. Beide horen bij mens-zijn.
En misschien is dat wel een van de belangrijkste dingen die iemand uit een sessie kan meenemen: niet de verwachting dat het voortaan allemaal anders zal zijn, maar een groeiend vermogen om op te merken wat er gebeurt en daar met iets meer vrijheid op te reageren.
Verandering heeft tijd nodig
We hopen natuurlijk allemaal dat een waardevolle sessie iets in beweging zet. Dat iemand met een nieuw inzicht naar buiten gaat, een patroon begint te herkennen of iets voelt wat voordien buiten bereik leek te liggen. Maar wat op dat moment zichtbaar wordt, is niet noodzakelijk meteen verweven met de rest van iemands leven.
Sommige inzichten hebben tijd nodig om te bezinken. Sommige ervaringen keren pas dagen later terug in de gedachten of in het lichaam. En soms merkt iemand pas veel later dat die in een vertrouwde situatie net iets anders reageert dan vroeger. Niet omdat die bewust een nieuwe techniek heeft toegepast, maar omdat er onderweg iets veranderd is in de manier waarop die zichzelf ervaart.
Dat maakt het voor mij zo boeiend om met mensen te werken. We kunnen niet op voorhand bepalen wat precies zal blijven hangen, welke ervaring op welk moment betekenis krijgt of wanneer iemand klaar is om een volgende stap te zetten. We kunnen wel aandacht geven aan wat zich aandient en aan de overgang van de sessieruimte naar het leven daarbuiten.
Misschien is dat ook een mooie herinnering voor ons als begeleiders. We hoeven niet alles wat tijdens een sessie in beweging komt meteen af te ronden, te verklaren of in een volgende stap om te zetten. Soms is het voldoende om iemand te helpen weer even te voelen waar die is, om van daaruit opnieuw verder te kunnen.
Want uiteindelijk speelt het leven zich niet af in onze praktijkruimte. Het speelt zich af in de kleine momenten van alledag, in ontmoetingen, in onverwachte gebeurtenissen en in de manier waarop iemand daar gaandeweg mee leert omgaan.
Een sessie kan daarin iets openen. Maar wat er daarna groeit, laat zich niet sturen. En misschien hoeven we dat ook niet te willen.