Wat er onder verwijten naar je ouders verborgen kan liggen
Ik denk dat we allemaal wel momenten kennen waarop we terugkijken op onze kindertijd en voelen dat sommige dingen anders hadden mogen lopen. Misschien had je graag wat meer aandacht gekregen, wat vaker gehoord dat je het goed deed, of had je gewild dat er thuis iemand was geweest bij wie je terechtkon wanneer het moeilijk ging. Soms kun je daar heel helder woorden aan geven. Soms blijft het eerder een vaag gevoel van gemis, iets wat je wel ervaart maar moeilijk kunt uitleggen.
En misschien merk je dat je nog verwijten hebt naar je ouders. Dat je boos wordt wanneer je aan bepaalde gebeurtenissen terugdenkt, dat je verdriet voelt over wat je hebt gemist of dat je je afvraagt waarom ze bepaalde dingen niet anders hebben aangepakt. Tegelijk kun je ook begrijpen dat je ouders hun eigen geschiedenis hadden, dat ze niet alles wisten wat jij vandaag weet en dat ze wellicht ook maar geprobeerd hebben er het beste van te maken.
Die twee kunnen naast elkaar bestaan. Je kunt begrijpen waarom je ouders deden wat ze deden en toch verdriet hebben over de gevolgen die dat voor jou heeft gehad. Je hoeft het ene niet weg te duwen om ruimte te maken voor het andere.
Toch merk ik hoe gemakkelijk we soms proberen onze gevoelens weg te redeneren. We vertellen onszelf dat we niet mogen klagen, dat anderen het veel moeilijker hebben gehad of dat we nu toch volwassen zijn en het verleden achter ons moeten laten. Alsof begrijpen wat er gebeurd is voldoende zou moeten zijn om ook te voelen dat het voorbij is.
Maar zo eenvoudig verloopt dat niet altijd.
Onder een verwijt zit soms iets heel anders
Wanneer je iemand iets verwijt, gaat de aandacht meestal naar wat die ander heeft gedaan of nagelaten. Je denkt aan wat er niet klopte, aan wat je tekortgekomen bent of aan wat je liever anders had gezien. Dat is begrijpelijk. Toch ben ik ook nieuwsgierig naar wat er onder zo'n verwijt verborgen kan liggen.
Misschien zit er boosheid, omdat je als kind geen ruimte kreeg om je eigen mening te hebben. Misschien is er verdriet omdat je je alleen voelde op momenten waarop je iemand nodig had. Of misschien heb je geleerd om je aan te passen, omdat je bang was dat er anders ruzie zou ontstaan of dat je niet meer graag gezien zou worden.
En soms zit er onder dat alles een verlangen dat nooit helemaal verdwenen is. Het verlangen om gezien te worden, om erbij te horen, om je veilig te voelen of om gewoon eens kind te mogen zijn zonder rekening te moeten houden met wat iedereen rondom jou nodig heeft.
Dat maakt verwijten voor mij interessant. Niet omdat ze altijd terecht of onterecht zouden zijn, maar omdat ze ons soms iets laten zien wat we anders moeilijk kunnen bereiken. Ze wijzen mogelijk naar een plek waar nog verdriet zit, waar iets niet mocht bestaan of waar je jezelf ooit hebt moeten aanpassen om de verbinding met anderen te behouden.
Dat betekent niet dat elk verwijt noodzakelijk naar een verborgen emotie of een onverwerkt trauma leidt. Soms ben je gewoon boos omdat iemand iets gedaan heeft wat niet oké was. Maar wanneer dezelfde gevoelens blijven terugkomen, kan het de moeite waard zijn om eens wat langer stil te staan bij wat er precies geraakt wordt.
Niet om het verwijt weg te nemen, maar om jezelf beter te leren kennen.
Wanneer je als kind verantwoordelijkheid opneemt die niet van jou is
Ik denk aan een vrouw met wie ik ooit werkte. Ze vertelde me dat ze zich bijna voortdurend schuldig voelde, zonder dat ze eigenlijk wist waarvoor. Haar lichaam stond vaak onder spanning. Ze voelde druk in haar buik en onderrug, alsof er ergens iets werd vastgehouden dat maar niet kon ontspannen.
Tijdens ons werk kwamen geleidelijk herinneringen uit haar kindertijd naar boven. Ze had zich als kind verantwoordelijk gevoeld voor de sfeer thuis. Wanneer haar ouders ruzie maakten, dacht ze dat zij iets verkeerd had gedaan. Ze zorgde vaak voor haar jongere broers en zussen terwijl de volwassenen emotioneel weinig beschikbaar waren.
Als kind had ze manieren gevonden om met haar omgeving om te gaan. Ze probeerde aan te voelen wat er nodig was, hield rekening met anderen en nam verantwoordelijkheid op zich. Misschien hielp dat haar om zich enigszins staande te houden in een situatie die ze als kind niet kon veranderen. Een kind kan immers niet zomaar beslissen dat de volwassenen voortaan zelf hun problemen oplossen. Het is afhankelijk van hen en zoekt manieren om binnen die afhankelijkheid toch een beetje houvast te vinden.
Maar wat ooit een manier was om met de omstandigheden om te gaan, kan later een vanzelfsprekendheid worden. Je voelt je verantwoordelijk wanneer iemand anders ongelukkig is. Je probeert spanningen op te lossen nog voor iemand er iets over heeft gezegd. Je vraagt je af wat je verkeerd hebt gedaan wanneer iemand boos kijkt. En zelfs wanneer er helemaal niets aan de hand is, blijft er ergens een gevoel dat je iets over het hoofd hebt gezien of dat je nog iets moet rechtzetten.
Bij deze vrouw leek het schuldgevoel niet zozeer verbonden met iets waarvoor ze werkelijk verantwoordelijk was, maar met een rol die ze als kind op zich had genomen. Ze had geleerd om de sfeer en het welzijn van anderen mee te dragen. Dat inzicht veranderde niet meteen alles, maar het bracht wel een andere vraag naar voren. Niet langer alleen: waarom voel ik me voortdurend schuldig? Ook: wat heb ik zo lang proberen te dragen, en is dat eigenlijk wel van mij?
Tijdens onze sessies gingen we niet meteen op zoek naar een verklaring die alles moest oplossen. We besteedden aandacht aan wat ze lichamelijk ervaarde, aan de spanning en aan wat er gebeurde wanneer ze daar even bij bleef. Er ontstond geleidelijk meer ruimte om op te merken hoe hard ze al die tijd voor zichzelf was geweest.
Ik vind het belangrijk om daar voorzichtig mee om te gaan. Een lichamelijke spanning vertelt ons niet zomaar wat er in het verleden gebeurd is, en een herinnering verklaart niet automatisch alles wat iemand vandaag ervaart. Maar wanneer iemand zelf begint te herkennen welke verantwoordelijkheid die ooit heeft opgenomen, kan dat een nieuwe verhouding tot zichzelf mogelijk maken.
Misschien hoef je niet langer te bewijzen dat je goed genoeg bent door alles voor iedereen in orde te brengen. Misschien mag je stilaan ontdekken dat de stemming van een ander niet altijd iets over jou zegt.
Je ouders begrijpen zonder jezelf te vergeten
Er zit voor mij een bijzondere spanning in de relatie met onze ouders. We leren hen kennen vanuit de afhankelijkheid van het kind, terwijl we hen als volwassene ook steeds meer als gewone mensen kunnen gaan zien. Mensen met hun eigen beperkingen, hun angsten, hun verlangens en hun geschiedenis.
Dat kan ons begrip geven. Misschien zie je hoe je moeder zelf weinig ruimte kreeg om haar gevoelens te uiten, of begrijp je beter waarom je vader conflicten liever uit de weg ging. Wat vroeger misschien alleen maar pijnlijk of frustrerend was, krijgt een ruimere context.
Maar er schuilt ook een valkuil in dat begrijpen. We kunnen zo druk bezig zijn met verklaren waarom onze ouders deden wat ze deden, dat we opnieuw voorbijgaan aan wat het met ons heeft gedaan. Alsof hun moeilijke jeugd, hun goede bedoelingen of de omstandigheden waarin ze leefden betekenen dat wij geen verdriet meer mogen voelen over onze eigen ervaringen.
Terwijl die dingen elkaar niet uitsluiten. Je ouders kunnen hun best hebben gedaan en toch tekortgeschoten zijn in wat jij nodig had. Ze kunnen van je gehouden hebben en tegelijk niet in staat zijn geweest om je op bepaalde momenten echt te zien. En je kunt vandaag begrip hebben voor hun beperkingen zonder te moeten doen alsof die beperkingen geen invloed op jou hebben gehad.
Misschien begint er juist iets te veranderen wanneer je jezelf niet langer dwingt om één sluitend oordeel over je ouders te vormen. Ze hoeven niet volledig goed of volledig fout te zijn. Je hoeft hen niet te veroordelen om je eigen verdriet serieus te nemen, maar je hoeft hen ook niet vrij te spreken om verder te kunnen met je leven.
Soms is het voldoende om te erkennen: dit heb ik gemist, dit heeft me geraakt en dit heeft mee gevormd hoe ik vandaag in het leven sta.
Dat is geen beschuldiging. Het is ook geen uitspraak over wie je ouders als mens zijn. Het is ruimte maken voor jouw eigen ervaring, die er naast de hunne mag bestaan.
De zachtheid die je jezelf vroeger misschien niet kon geven
Wat me hierin bezighoudt, is hoe gemakkelijk we de strengheid waarmee we naar onze ouders kijken soms ook op onszelf toepassen. We verwijten onszelf dat we nog altijd boos zijn, dat we ons iets blijven aantrekken wat lang geleden gebeurd is of dat we niet gewoon dankbaar kunnen zijn voor alles wat we wél hebben gekregen.
We vinden dat we het inmiddels toch zouden moeten begrijpen. Dat we eroverheen zouden moeten zijn. Dat we ons niet meer zo zouden mogen laten raken door iets uit een ver verleden.
Maar daarmee maken we het soms alleen maar moeilijker om te luisteren naar wat er werkelijk in ons leeft. We voegen als het ware een tweede verwijt toe aan het eerste: niet alleen was er ooit iets wat pijn deed, nu vinden we ook nog dat we daar geen last meer van mogen hebben.
Misschien vraagt zachtheid iets anders. Niet dat je jezelf vertelt dat alles oké is, of dat je je gevoelens zo snel mogelijk moet aanvaarden. Wel dat je nieuwsgierig durft te worden naar de manier waarop je ooit hebt geleerd om met moeilijke situaties om te gaan. Dat je kunt zien hoe je als kind probeerde te begrijpen wat er gebeurde, hoe je je aanpaste aan de mensen van wie je afhankelijk was en hoe je misschien verantwoordelijkheid opnam omdat je weinig andere mogelijkheden zag.
Je hoefde als kind niet altijd te weten wat je voelde, laat staan dat je er de juiste woorden voor moest vinden. Je deed wat je kon met wat er op dat moment beschikbaar was. En sommige manieren van omgaan met het leven zijn misschien zo vertrouwd geworden dat je pas veel later begint te merken hoeveel energie ze vragen.
Wanneer je dat begint te zien, hoeft er niet meteen iets veranderd te worden. Soms maakt het al verschil dat je een reactie niet langer uitsluitend als een tekortkoming van jezelf beschouwt. Dat je niet alleen denkt: waarom doe ik toch altijd zo moeilijk? Maar ook eens stilstaat bij de vraag hoe het komt dat je op die manier reageert.
En misschien kun je dan opmerken dat je vandaag meer mogelijkheden hebt dan vroeger. Dat je niet meer het kind bent dat afhankelijk is van de stemming van de volwassenen om zich heen. Dat je je eigen keuzes kunt maken, grenzen kunt stellen en steun kunt zoeken wanneer je die nodig hebt.
Niet omdat het verleden daarmee verdwijnt, maar omdat je er vandaag vanuit een andere positie naar kunt kijken.
Wat verwijt je jezelf eigenlijk?
Ik vraag me af of we niet allemaal weleens iets in onszelf afwijzen wat we bij een ander gemakkelijker kunnen herkennen. We ergeren ons aan iemands ongeduld, terwijl we zelf nauwelijks verdragen dat we niet meteen krijgen wat we willen. We verwijten iemand dat die geen rekening houdt met onze gevoelens, terwijl we onze eigen gevoelens soms evenmin de ruimte geven. Of we vinden het moeilijk dat een ander fouten maakt, omdat we onszelf weinig toestemming geven om niet alles juist te doen.
Dat betekent niet dat ieder verwijt aan een ander eigenlijk een verwijt aan jezelf is. Soms doet iemand ons werkelijk pijn, overschrijdt die een grens of houdt die onvoldoende rekening met ons. Het zou niet kloppen om die verantwoordelijkheid telkens naar onszelf terug te schuiven.
Maar af en toe kan het interessant zijn om ook die andere kant te onderzoeken. Wat raakt me hier zo sterk? Welke verwachting heb ik van mezelf en van anderen? En ben ik misschien bijzonder streng voor mezelf op precies datgene waar ik me bij een ander aan erger?
Je hoeft daar geen sluitend antwoord op te vinden. Misschien merk je alleen dat je op sommige momenten weinig mildheid kunt opbrengen voor jezelf. Of dat je nog altijd probeert iets goed te maken waarvoor je als kind nooit verantwoordelijk was.
Dan begint er misschien ruimte te ontstaan om anders met jezelf om te gaan. Niet door jezelf te verplichten om voortaan zachter te zijn, want ook dat kan weer een nieuwe eis worden. Eerder door op te merken wanneer je hard wordt voor jezelf en je af te vragen of die strengheid je vandaag werkelijk helpt.
Want misschien hoeven we niet eerst al onze verwijten op te lossen om ons vrijer te voelen. Misschien begint er iets te bewegen wanneer we er met wat meer nieuwsgierigheid naar durven kijken. Wanneer we niet alleen zien wat er fout liep, maar ook proberen te begrijpen wat we toen nodig hadden en hoe we daar vandaag op een andere manier mee kunnen omgaan.
En wie weet ontdekken we onderweg dat we onszelf niet langer hoeven te verwijten dat we nog altijd iets voelen.