Trauma met een grote T of een kleine t?

Moet er eerst iets ergs gebeurd zijn?

Wanneer we het over trauma hebben, denken we al snel aan mensen die een bijzonder moeilijke start in het leven hebben gehad. Kindermisbruik, fysieke mishandeling, opgroeien in een gezin waar verslaving een grote rol speelt, of andere ervaringen waarbij de veiligheid van een kind ernstig in het gedrang komt. We herkennen dat er iets gebeurd is wat een mens diep kan raken en waarvan de gevolgen soms nog vele jaren later voelbaar zijn. En terecht, natuurlijk. Ervaringen als deze kunnen een grote invloed hebben op hoe iemand zich ontwikkelt en hoe die later in het leven staat.

Maar wanneer ik in mijn praktijk met mensen werk, merk ik dat het verhaal niet altijd zo duidelijk is. Sommige mensen vertellen over een jeugd waarin het bijzonder moeilijk was om overeind te blijven. Anderen kijken terug op een leven waarin er eigenlijk best veel goed ging. Er was een gezin, er was liefde, er waren geen grote drama’s. Ze hebben gestudeerd, een relatie opgebouwd, misschien kinderen gekregen, een carrière uitgebouwd en onderweg heel wat voor elkaar gekregen. En toch lopen ze op een bepaald moment tegen zichzelf aan. Ze begrijpen niet goed waarom bepaalde situaties hen zo raken, waarom ze zo moeilijk tot rust komen of waarom ze telkens opnieuw in dezelfde patronen terechtkomen.

Soms hoor ik dan de vraag: ‘Maar heb ik eigenlijk wel trauma? Ik heb toch niets ergs meegemaakt?’

Ik vind dat een begrijpelijke vraag. We willen nu eenmaal kunnen uitleggen waarom we ons voelen zoals we ons voelen. En als er geen duidelijke gebeurtenis aan te wijzen valt, lijkt het logisch om te besluiten dat er ook geen reden is om naar het verleden te kijken. Misschien moeten we gewoon wat sterker worden, minder nadenken of leren om ons niet alles zo aan te trekken.

Alleen vraag ik me af of we daarmee niet voorbijgaan aan iets wat veel minder gemakkelijk zichtbaar is. Want een mens wordt niet uitsluitend gevormd door de grote gebeurtenissen die in een levensverhaal opvallen. We worden ook gevormd door de omstandigheden waarin we opgroeien, door de reacties die we krijgen en door de manier waarop we leren omgaan met wat er in ons leeft.

En dat gebeurt vaak zo vanzelfsprekend dat we er later nauwelijks nog bij stilstaan.

De kleine dingen die groot kunnen worden

Ik groeide zelf op in een warm en gewoon gezin. Wanneer ik mijn jeugd beschrijf, begin ik niet bij grote drama’s of ingrijpende gebeurtenissen. Er was liefde en er waren ongetwijfeld heel wat goede momenten. Toch betekent dat niet dat alles wat ik onderweg over mezelf en het leven geleerd heb, noodzakelijk de beste manier was om later in het leven te staan.

Als kind ontdek je immers niet alleen wie je bent, maar ook hoe je je kunt verhouden tot de mensen rondom je. Je merkt wat gewaardeerd wordt, wanneer er ruimte is voor je gevoelens en hoe je ervoor kunt zorgen dat je erbij hoort. Je leert misschien dat het fijn is wanneer je flink je best doet, dat het beter is om geen ruzie te maken of dat anderen het waarderen wanneer je weinig problemen veroorzaakt. Je hoeft daar niet eens expliciet iets over te horen. Soms volstaat het om te merken hoe mensen reageren wanneer je boos bent, verdrietig wordt of iets anders wilt dan wat er van je verwacht wordt.

Dat zijn vaak geen gebeurtenissen die je later nog precies kunt navertellen. Ze maken gewoon deel uit van het dagelijkse leven. Maar als je als kind telkens opnieuw ervaart dat bepaalde reacties het gemakkelijker maken om je staande te houden, is het niet zo vreemd dat je die reacties blijft gebruiken. Je wordt misschien iemand die altijd zijn best doet, die weinig hulp vraagt of die feilloos aanvoelt wat anderen nodig hebben. En wanneer die eigenschappen later ook nog eens gewaardeerd worden, is er weinig reden om je af te vragen waar ze vandaan komen.

Tot je merkt dat er ook een keerzijde aan zit.

Dat je zo gewend bent om rekening te houden met anderen dat je nauwelijks nog weet wat je zelf wilt. Dat je pas tevreden bent wanneer alles perfect is. Dat je moeilijk kunt verdragen dat iemand boos op je is, ook wanneer je verstandelijk heel goed weet dat je niet verantwoordelijk bent voor de gevoelens van iedereen om je heen.

Dan kun je jezelf afvragen waarom je zo reageert. En misschien kom je uit bij een aantal ervaringen uit je jeugd, maar misschien vind je ook helemaal geen duidelijk antwoord. Dat hoeft niet te betekenen dat er niets te onderzoeken valt. Het kan ook betekenen dat we niet altijd een scherp afgebakende herinnering nodig hebben om te ontdekken hoe we bepaalde manieren van reageren hebben ontwikkeld.

Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om daar niet te ver in door te schieten. Niet iedere perfectionist heeft noodzakelijk trauma meegemaakt. Niet iedere moeilijke reactie is terug te voeren op de kindertijd en niet alles wat we lastig vinden, hoeft een verborgen wond te zijn. Mensen zijn ingewikkelder dan dat, gelukkig maar. Er zijn veel factoren die bepalen hoe we in het leven staan.

Wat ik vooral interessant vind, is dat we onszelf niet hoeven te veroordelen om wat we bij onszelf ontdekken. We hoeven niet eerst te bewijzen dat er vroeger iets ernstigs gebeurd is voordat we nieuwsgierig mogen worden naar de manier waarop we vandaag reageren.

Wanneer het verleden in het heden verschijnt

Misschien herken je het wel. Iemand geeft je een opmerking die op zich niet eens zo bijzonder is, maar je merkt dat die je veel harder raakt dan je had verwacht. Je begint jezelf te verdedigen, legt uitgebreid uit waarom je iets op een bepaalde manier gedaan hebt of blijft achteraf nadenken over wat je beter had kunnen zeggen. En ergens weet je misschien wel dat de situatie niet zo groot was, maar toch krijg je jezelf niet zomaar terug naar de rust die je ervoor voelde.

Dat vind ik een interessant moment om eens bij stil te staan. Niet om onmiddellijk op zoek te gaan naar een traumatische ervaring die alles verklaart, maar om nieuwsgierig te worden naar wat er precies geraakt wordt. Wat maakt dat deze opmerking zo binnenkomt? Waar ben je bang voor op dat moment? Wat probeer je te voorkomen of te beschermen?

Misschien raakt iemand aan een oud gevoel van tekortschieten. Misschien ontstaat er de angst dat je niet goed genoeg bent, dat iemand je afwijst of dat je niet langer meetelt wanneer je een fout maakt. Soms herken je daar iets van uit je verleden. Soms ontdek je vooral hoe sterk je vandaag aan bepaalde verwachtingen vasthoudt. En soms blijkt de situatie gewoon moeilijk, zonder dat er een dieper verhaal achter hoeft te zitten.

Het hoeft niet allemaal in één verklaring te passen.

Voor mij gaat lichaamsgericht traumawerk daarom niet uitsluitend over het verwerken van wat vroeger gebeurd is. Het gaat ook over het leren herkennen van wat er vandaag in je gebeurt. Hoe reageer je wanneer iemand het niet met je eens is? Wat gebeurt er wanneer je je kwetsbaar voelt? Kun je opmerken dat je gespannen raakt voordat je in de verdediging schiet, of merk je het pas wanneer het gesprek alweer voorbij is en je in je hoofd de hele situatie opnieuw aan het afspelen bent?

Soms kun je iets verstandelijk heel goed begrijpen en merk je toch dat je er op het moment zelf anders op reageert dan je zou willen. Je weet dat je niet alles perfect hoeft te doen, maar de gedachte aan een fout blijft je onrustig maken. Je weet dat je je eigen mening mag hebben, maar zodra iemand daar kritisch op reageert, begin je aan jezelf te twijfelen. Alsof er een verschil bestaat tussen wat je inmiddels over jezelf weet en wat je op bepaalde momenten daadwerkelijk kunt ervaren.

Misschien begint er juist daar iets interessants. Niet bij de vraag hoe je ervoor zorgt dat je nooit meer geraakt wordt, maar bij de mogelijkheid om jezelf beter te leren kennen wanneer je wél geraakt wordt. Je hoeft je reactie niet meteen weg te werken. Je mag eerst eens ontdekken wat er gebeurt, wat je nodig hebt en of er misschien een andere manier bestaat om met die situatie om te gaan.

Dat is voor mij een vorm van zelfzorg die veel verder gaat dan af en toe tijd nemen voor jezelf of iets doen waar je blij van wordt. Het gaat ook over de bereidheid om te luisteren naar wat er in je leeft, juist op de momenten waarop je daar liever niet mee bezig bent.

Zelfzorg die verder reikt dan jezelf

Ik geloof dat we als samenleving nog heel wat te ontdekken hebben over de manier waarop we met onze innerlijke wereld omgaan. We vinden het steeds vanzelfsprekender om aandacht te besteden aan onze lichamelijke gezondheid. We weten dat het zinvol is om voldoende te bewegen, goed te eten en naar een arts te gaan wanneer er iets niet klopt. Natuurlijk doen we dat niet allemaal even consequent, maar we begrijpen in grote lijnen waarom het belangrijk is.

Wanneer het over onze innerlijke wereld gaat, ligt dat soms anders. We wachten misschien tot we echt vastlopen voordat we hulp zoeken. Of we vinden dat we ons niet zo moeten aanstellen, omdat er anderen zijn die het veel moeilijker hebben. Misschien denken we dat we het zelf moeten kunnen oplossen, zeker wanneer ons leven er aan de buitenkant behoorlijk goed uitziet.

Ik vraag me weleens af wat er zou veranderen als we het normaler zouden vinden om ook daar aandacht aan te besteden. Niet omdat iedereen noodzakelijk een therapeut nodig heeft, of omdat we voortdurend met onszelf aan de slag moeten. Dat zou een behoorlijk vermoeiende manier van leven worden. Maar wel omdat het waardevol kan zijn om te ontdekken hoe we in elkaar zitten, welke gewoontes ons helpen en welke ons soms in de weg staan.

We hoeven niet te wachten tot de pijn ondraaglijk wordt. We hoeven ook niet eerst een etiket te vinden dat verklaart waarom we ergens last van hebben. Soms is het voldoende om te merken dat een bepaalde manier van reageren ons steeds opnieuw in moeilijkheden brengt en dat we nieuwsgierig zijn naar andere mogelijkheden.

En daar zit voor mij ook iets hoopvols in. Want wanneer we onze eigen reacties wat beter leren begrijpen, ontstaat er misschien meer ruimte om anders met anderen om te gaan. Niet omdat we vanaf dan altijd rustig blijven of nooit meer iets verkeerd interpreteren, maar omdat we soms net iets eerder kunnen opmerken wat er in ons gebeurt.

Misschien lukt het ons dan om even te wachten voordat we reageren. Om een vraag te stellen in plaats van meteen in de verdediging te gaan. Om te luisteren naar wat iemand probeert te zeggen, ook wanneer we het er niet mee eens zijn. Of om te ontdekken dat de boosheid die we voelen niet noodzakelijk betekent dat de ander iets verkeerd heeft gedaan.

Dat zijn kleine verschuivingen, maar ze kunnen wel degelijk verschil maken in hoe we met elkaar samenleven.

Een andere samenleving begint misschien dichterbij dan we denken

Wanneer we nadenken over een betere wereld, komen we al snel uit bij grote vraagstukken. Hoe organiseren we onze samenleving? Hoe gaan we om met conflicten, met verschillen van mening, met ongelijkheid en met de vele problemen waarvoor we oplossingen proberen te vinden? Dat zijn belangrijke vragen, en ik denk zeker niet dat we die kunnen beantwoorden door alleen maar aan onszelf te werken.

Maar ik vraag me wel af hoeveel invloed onze innerlijke wereld heeft op de manier waarop we die grotere vraagstukken benaderen.

Hoe vaak reageren we vanuit angst, gekwetstheid of de behoefte om gelijk te krijgen? Hoe gemakkelijk wordt een verschil van mening een strijd waarin iemand moet winnen en iemand anders moet verliezen? En hoeveel ruimte blijft er dan nog over om werkelijk te luisteren naar wat de ander bedoelt?

We kunnen natuurlijk niet voorkomen dat we geraakt worden. We kunnen ook niet verwachten dat iedereen eerst zijn eigen geschiedenis verwerkt heeft voordat we samen aan de wereld beginnen. Dat zou ons niet ver brengen. Maar misschien kunnen we wel leren om wat bewuster om te gaan met wat er in ons gebeurt, zodat niet iedere oude pijn automatisch het gesprek hoeft over te nemen.

Ik vind dat een gedachte die verder reikt dan het individuele welzijn. Wanneer iemand zich wat veiliger voelt in zichzelf, kan er misschien ook meer ruimte ontstaan om onzekerheid te verdragen, om fouten toe te geven en om niet meteen in de verdediging te schieten wanneer een ander iets anders ziet. Dat maakt ons niet onkwetsbaar en het zorgt er niet voor dat we het altijd met elkaar eens worden. Misschien maakt het ons juist wat vrijer om van mening te verschillen zonder elkaar meteen kwijt te raken.

En daar hoef je geen grootse theorie voor te ontwikkelen. Je kunt beginnen bij jezelf, op het moment waarop je merkt dat je geraakt wordt. Bij die opmerking die blijft hangen, dat gesprek waarin je je niet gehoord voelt of die situatie waarin je zo graag wilt dat de ander begrijpt waarom jij gelijk hebt.

Misschien kun je jezelf dan eens afvragen wat er op dat moment zo belangrijk voor je is. Wat je probeert te beschermen. Of er iets in je geraakt wordt dat ouder is dan deze ene situatie. En wat je nodig zou hebben om je een heel klein beetje veiliger te voelen, zonder dat de ander daarvoor eerst iets anders hoeft te doen.

Misschien vind je geen antwoord. Misschien lukt het pas achteraf om te zien wat er gebeurde. Ook dat hoort erbij. We hoeven niet van ieder moment een leerervaring te maken.

Maar soms ontstaat er net genoeg ruimte om iets anders te proberen. Een ademhaling voordat je antwoordt. Een vraag in plaats van een verwijt. Of de bereidheid om even te luisteren, zonder vooraf te beslissen wat je ervan vindt.

En misschien begint daar wel iets wat groter is dan jezelf.

Niet bij het idee dat we allemaal eerst geheeld moeten zijn om goed met elkaar te kunnen leven, maar bij de bereidheid om onszelf en elkaar wat beter te leren begrijpen. Om niet alles wat moeilijk is meteen als een tekortkoming te zien. En om aandacht te geven aan wat ons gevormd heeft, zonder dat we ons hele leven door het verleden hoeven te laten bepalen.

Misschien is dat uiteindelijk belangrijker dan de vraag of we een grote T of een kleine t achter onze naam kunnen zetten.

Misschien mogen we gewoon nieuwsgierig zijn naar wat ons helpt om met wat meer vrijheid, mildheid en verbondenheid in het leven te staan.

En wie weet hoeveel er dan mogelijk wordt, voor onszelf én voor de wereld waarvan we samen deel uitmaken.

Vorige
Vorige

Een sessie eindigt niet wanneer iemand weer naar huis gaat

Volgende
Volgende

Wat als je cliënt in haar veilige hoofd kruipt?