Externe en interne veiligheid : wanneer weten niet genoeg is om je veilig te voelen
Veiligheid begint niet alleen bij de wereld om ons heen
Wat als veiligheid niet alleen betekent dat de wereld om je heen veilig moet zijn, maar ook dat je voldoende veiligheid in jezelf kunt ervaren om aanwezig te blijven bij wat er in jou gebeurt? We hebben allemaal behoefte aan een omgeving waarin we ons gerespecteerd, beschermd en welkom voelen. Wanneer er werkelijk gevaar is, is het belangrijk dat we dat erkennen en onze omgeving zo veilig mogelijk maken. Externe veiligheid doet ertoe. We kunnen niet van iemand verwachten dat die zich veilig voelt in een situatie waarin grenzen worden overschreden of waarin er daadwerkelijk gevaar dreigt. Tegelijkertijd weten we dat een veilige omgeving niet automatisch betekent dat we ons ook veilig voelen. Soms is er om ons heen niets aan de hand, terwijl ons lichaam reageert alsof we ons moeten beschermen. En soms bevinden we ons in een spannende of onzekere situatie en kunnen we toch voldoende vertrouwen ervaren om erbij te blijven. Dat verschil tussen de veiligheid die de omgeving biedt en de veiligheid die we vanbinnen ervaren, vind ik bijzonder boeiend.
Wanneer de buitenwereld niet meer veilig lijkt
Op de school waar mijn jongste zoon studeert, zijn er bijvoorbeeld ruimtes die alleen toegankelijk zijn voor meisjes en vrouwen. De school wil op die manier een plek creëren waar vrouwelijke studenten zich veiliger kunnen voelen tussen de vele mannelijke studenten. Hij studeert ICT, een richting waarin de verhouding tussen mannen en vrouwen nogal scheef ligt. Ik begrijp de behoefte aan zo’n plek. Wanneer je je ergens niet veilig voelt, kan het heel helpend zijn wanneer je omgeving daar rekening mee houdt en ruimte creëert waarin je wat meer kunt ontspannen.
Tegelijkertijd zette het mij aan het denken over wat veiligheid eigenlijk betekent. Want hoewel een veilige plek een belangrijk verschil kan maken, is veiligheid niet uitsluitend iets wat de buitenwereld ons kan bieden. We dragen allemaal ervaringen met ons mee die invloed kunnen hebben op de manier waarop we de wereld waarnemen. Soms reageert ons lichaam op een gevaar dat zich op dat moment werkelijk voordoet. Dan is het belangrijk dat we die signalen serieus nemen en onszelf beschermen. Maar soms is het gevaar al lang verdwenen, terwijl ons lichaam nog reageert alsof het ieder moment opnieuw kan opduiken. De situatie is veranderd, maar onze innerlijke beleving heeft die verandering nog niet helemaal kunnen volgen.
Ik heb dat zelf heel sterk ervaren toen ik zestien was. Ik was op kamp met de Chiro en op een avond stond er een nachtspel op het programma. Ik voelde me als een vis in het water. Het donker, het niet goed kunnen zien en de spanning van het spel maakten het juist leuk. Ik had me die avond heerlijk geamuseerd. Tot we na afloop weer samenkwamen en ontdekten dat een van de meisjes ontbrak. De leiding raakte in paniek en we gingen met z’n allen zoeken. Uiteindelijk vonden we haar tussen de struiken, helemaal onder het bloed. Althans, zo leek het. Achteraf bleek het rode verf te zijn.
Maar dat wist mijn lichaam op dat moment nog niet.
In een fractie van een seconde veranderde de hele avond. Dezelfde schaduwen waar ik eerder met plezier doorheen was gelopen, leken plots mannen met kwade bedoelingen te verbergen. Alles wat daarvoor spannend en leuk was geweest, kreeg een heel andere betekenis. Mijn lichaam schoot in een toestand van pure paniek en ik wilde alleen nog maar weg. De leiding sprong in een gracht vol brandnetels om zich te verstoppen. Mij verstoppen lukte niet. Samen met twee andere meisjes ben ik naar het heem gespurt. Ik wist niet dat ik zo snel kon lopen en ondertussen nog twee meisjes kon meetrekken.
Toen we aankwamen, stond de hoofdbegeleidster rustig soep te maken. Ze raakte ook niet in paniek toen ze ons zag. Ergens in mij ontstond onmiddellijk het gevoel dat er iets niet klopte. Ik vroeg of het misschien allemaal in scène was gezet. Dat bleek inderdaad zo te zijn. De situatie was bedacht als onderdeel van het spel, en het meisje was niet werkelijk gewond. Zodra ik dat begreep, kalmeerde ik vrijwel onmiddellijk. De externe veiligheid was hersteld. Er was geen gevaar geweest.
En toch bleef ik jarenlang bang in het donker.
Wanneer je hoofd iets anders weet dan je lichaam
Dat vond ik achteraf bijzonder. Mijn verstand wist dat er niets was gebeurd. Ik wist dat het een spel was geweest en dat de mannen die ik in de schaduwen meende te zien, helemaal niet bestonden. Toch reageerde mijn lichaam in het donker alsof er nog altijd gevaar kon opduiken. Ik kon mezelf wel vertellen dat er niets aan de hand was, maar daarmee verdween de angst niet. Mijn verstand had de situatie begrepen, terwijl mijn lichamelijke reactie blijkbaar een eigen spoor was gaan volgen.
Dat is iets wat we ook in andere situaties kunnen herkennen. Je kunt bijvoorbeeld weten dat iemand het goed met je voorheeft en toch gespannen raken wanneer die persoon een bepaalde toon aanslaat. Je kunt begrijpen dat je op je werk niet meer in dezelfde omstandigheden zit als vroeger en toch een sterke angst voelen wanneer iemand kritiek geeft. Of je kunt jezelf vertellen dat je niet langer afhankelijk bent van de goedkeuring van anderen, terwijl je lichaam zich onmiddellijk aanspant zodra iemand ontevreden lijkt. Het hoeft niet te betekenen dat er op dat moment werkelijk gevaar is, maar het betekent evenmin dat je reactie onzin is. Er gebeurt iets in jou dat aandacht verdient.
Wanneer we zo’n reactie uitsluitend met ons verstand proberen te veranderen, lopen we soms vast. We leggen onszelf uit waarom we niet bang hoeven te zijn, proberen rationeel naar de situatie te kijken of vinden dat we er inmiddels toch overheen zouden moeten zijn. Maar weten dat iets veilig is, is niet hetzelfde als je veilig voelen. En hoe harder we proberen een reactie weg te redeneren, hoe gemakkelijker we voorbijgaan aan wat er op dat moment werkelijk in ons gebeurt.
Pas toen ik via lichaamsgericht traumawerk met mijn ervaring uit de Chirotijd aan de slag ging, veranderde er iets. Niet doordat ik mezelf opnieuw vertelde dat het donker veilig was. Dat wist ik immers al. Er gebeurde iets anders: er kwam ruimte om de ervaring op een andere manier te benaderen, met aandacht voor wat er in mijn lichaam gebeurde. Ik hoefde mijn angst niet simpelweg weg te duwen of mezelf ervan te overtuigen dat ik me niet zo moest aanstellen. Ik kon er met meer aandacht bij blijven, in omstandigheden waarin voldoende veiligheid aanwezig was om te voelen wat er speelde.
Vandaag kan ik in het donker blijven, ook wanneer het spannend wordt. Het donker zelf is niet veranderd. Wat veranderd is, is mijn vermogen om erbij te blijven. Dat betekent niet dat ik nooit meer schrik of dat mijn lichaam voortaan altijd rustig blijft. Het betekent dat de oude angst niet langer op dezelfde manier bepaalt wat ik kan doen.
Voor mij maakt dat een belangrijk onderscheid zichtbaar. Veiligheid hoeft niet te betekenen dat er nooit meer iets gebeurt wat ons uit evenwicht brengt. Ze hoeft ook niet te betekenen dat we ons altijd rustig of comfortabel voelen. Misschien gaat veiligheid er eerder over dat we gaandeweg meer ruimte kunnen ervaren om aanwezig te blijven bij wat er in ons gebeurt, ook wanneer dat spannend, ongemakkelijk of onzeker is.
Externe veiligheid en interne veiligheid horen bij elkaar
We kunnen externe en interne veiligheid dus niet zomaar tegenover elkaar zetten. Het is niet de bedoeling dat we onszelf leren om ons in elke situatie veilig te voelen, ongeacht wat er om ons heen gebeurt. Dat zou ons juist kunnen afleren om signalen van werkelijk gevaar serieus te nemen. Soms hebben we afstand nodig, moeten we een grens stellen of moeten de omstandigheden veranderen voordat er voldoende veiligheid kan ontstaan. Een veilige omgeving creëren is dan geen omweg, maar een noodzakelijke eerste stap.
Tegelijkertijd kan zelfs een zorgvuldig gecreëerde veilige omgeving niet garanderen dat iedereen zich er ook veilig zal voelen. Iemand kan in een rustige ruimte zitten, omringd door vriendelijke mensen, en toch gespannen blijven. Misschien herinnert iets aan een eerdere ervaring, misschien is er iets in de houding van een ander dat onbewust een oude reactie oproept, of misschien is het lichaam eenvoudigweg nog niet gewend aan de rust die er nu is. We hoeven niet meteen te weten waar zo’n reactie vandaan komt om haar serieus te nemen. Het kan al een verschil maken wanneer we niet alleen kijken naar wat er buiten ons gebeurt, maar ook nieuwsgierig worden naar wat die situatie in ons teweegbrengt.
Dat is voor mij een van de waardevolle aspecten van lichaamsgericht traumawerk. We beginnen niet bij de veronderstelling dat iemand zich anders moet voelen, maar bij de vraag wat er werkelijk gebeurt. Is er voldoende externe veiligheid? Zijn er grenzen nodig? Is er iets in de omgeving dat aangepast moet worden? En wanneer daar voldoende ruimte voor is, kunnen we ook aandacht geven aan wat er vanbinnen gebeurt. Misschien reageert het lichaam nog op iets wat allang voorbij is. Misschien is er een gevoel dat lang geen ruimte heeft gekregen. Of misschien weet iemand nog helemaal niet wat er precies speelt, maar is er wel een lichamelijke gewaarwording die we rustig kunnen onderzoeken.
Daarom begin ik in een traject of in mijn opleiding lichaamsgericht traumawerk bij veiligheid. Niet omdat alles eerst volkomen veilig moet zijn voordat we iets mogen voelen, maar omdat er voldoende veiligheid nodig is om ons open te kunnen stellen voor wat zich aandient. Dat is geen kwestie van iemand ervan overtuigen dat die veilig is. Het gaat erom ruimte te creëren waarin iemand zelf kan ervaren wat er gebeurt, wat helpend is en waar de grenzen liggen. Interne veiligheid groeit niet noodzakelijk doordat we onszelf de juiste woorden vertellen, maar kan groeien door ervaringen waarin we merken dat we mogen voelen, dat we kunnen vertragen en dat we niet over onszelf heen hoeven te stappen.
Wat heb je nodig om je een beetje veiliger te voelen?
Misschien herken je zelf ook situaties waarin je lichaam sterker reageert dan je verstand begrijpt. Je weet dat je niets verkeerd hebt gedaan, maar toch voel je spanning wanneer iemand je aanspreekt. Je weet dat je inmiddels volwassen bent en je eigen keuzes mag maken, maar merkt dat je bij bepaalde mensen nog altijd automatisch rekening houdt met wat zij ervan zullen vinden. Of je komt ergens binnen waar iedereen vriendelijk is en voelt toch de neiging om je terug te trekken. Misschien probeer je jezelf dan gerust te stellen, je reactie te verklaren of zo snel mogelijk weer normaal te functioneren.
Wat zou er gebeuren als je op zo’n moment niet meteen probeert om je reactie te veranderen? Als je eerst eens stilstaat bij wat er werkelijk in je gebeurt, zonder jezelf te veroordelen omdat je je zo voelt? Je kunt je afvragen wat je op dat moment nodig hebt om je een klein beetje veiliger te voelen. Misschien is dat afstand, misschien nabijheid. Misschien heb je beweging nodig, rust, een duidelijke grens, de natuur of iemand bij wie je je kunt ontspannen. En soms is het antwoord nog helemaal niet duidelijk. Ook dan hoef je niet onmiddellijk een oplossing te vinden.
Ik vind het belangrijk dat we veiligheid niet veranderen in een nieuwe opdracht waaraan we moeten voldoen. We hoeven niet voortdurend te controleren of we ons wel veilig genoeg voelen, net zoals we niet iedere lichamelijke reactie moeten analyseren om te ontdekken wat ze betekent. Soms is het voldoende om even op te merken dat er iets in ons beweegt en onszelf daar niet meteen van weg te leiden. En soms vraagt een situatie juist om handelen, om hulp te zoeken of om afstand te nemen. Ook dat hoort bij goed voor jezelf zorgen.
Misschien begint interne veiligheid niet op het moment waarop we nergens meer bang voor zijn, maar wanneer we onszelf niet langer in de steek hoeven te laten zodra er angst, spanning of onzekerheid ontstaat. Wanneer we niet meteen moeten bewijzen dat er niets aan de hand is, maar ruimte mogen maken voor wat we ervaren en van daaruit kunnen ontdekken wat nodig is. De buitenwereld hoeft daarvoor niet altijd perfect te zijn. Maar ze moet wel voldoende veilig zijn om ons toe te laten die ruimte te onderzoeken.
Uiteindelijk gaat het voor mij dus niet om de keuze tussen externe en interne veiligheid. We hebben beide nodig, al verschilt het van persoon tot persoon en van situatie tot situatie hoe die twee zich tot elkaar verhouden. De omgeving kan ons beschermen en ruimte bieden. En van daaruit kunnen we misschien steeds meer ervaren dat we ook vanbinnen iets kunnen opbouwen waarop we mogen steunen. Niet de zekerheid dat we nooit meer bang zullen zijn, maar de mogelijkheid om bij onszelf te blijven wanneer er iets in beweging komt.
Misschien is dat wel een van de mooiste vormen van veiligheid: niet dat er nooit meer iets gebeurt wat ons raakt, maar dat we onszelf niet langer hoeven kwijt te raken wanneer het gebeurt.