Wanneer verdriet zich vastzet in je lichaam
We denken vaak dat onze gevoelens vooral ontstaan door wat er vandaag in ons leven gebeurt. Iemand zegt iets wat ons raakt, we verliezen iemand die ons dierbaar is of een gebeurtenis loopt anders dan we hadden gehoopt. We voelen verdriet en proberen daar op onze eigen manier mee om te gaan. Maar soms lijkt een gevoel groter dan de situatie waarin we ons bevinden. Of merken we dat we juist helemaal niets voelen, terwijl we met ons verstand best begrijpen dat iets ons verdrietig zou kunnen maken. Alsof er ergens een afstand bestaat tussen wat we weten en wat we werkelijk ervaren.
Ik vind het interessant om stil te staan bij de manier waarop we als kind leren omgaan met verdriet. Niet elk kind krijgt de ruimte om te huilen wanneer het pijn heeft, teleurgesteld is of zich alleen voelt. Misschien werd je getroost en mocht je verdriet er gewoon zijn. Maar het kan ook dat je te horen kreeg dat je niet zo moest aanstellen, dat het allemaal niet zo erg was of dat je beter ophield met huilen. Soms was er niemand die je tranen opmerkte, omdat de volwassenen om je heen zelf te veel aan hun hoofd hadden. En soms leerde je al vroeg dat het gemakkelijker was om flink te zijn, door te gaan en anderen niet lastig te vallen met wat er in jou omging.
Een kind trekt daar niet noodzakelijk bewust conclusies uit. Het past zich aan de omstandigheden aan en vindt manieren om verder te kunnen. Misschien leer je je tranen inslikken, probeer je jezelf te troosten of zoek je afleiding zodra iets pijn doet. Wat aanvankelijk een manier is om met een moeilijke situatie om te gaan, kan later zo vertrouwd worden dat je nauwelijks nog merkt dat je het doet. Je bent nu eenmaal iemand die niet snel huilt, die sterk blijft wanneer het moeilijk wordt of die liever praktisch aan de slag gaat dan bij verdriet stil te staan. Tot je op een dag merkt dat je wel voelt dat er iets in je leeft, maar niet goed weet hoe je erbij kunt komen.
Wanneer de tranen niet komen
Ik denk aan Isabelle, die me ooit vertelde: “Zelfs bij verlies of moeilijke momenten komen mijn tranen niet echt.” Ze voelde wel verdriet, maar het leek alsof er iets tussen haar en haar tranen stond. Ze kon begrijpen dat een situatie pijnlijk was en wist ook dat ze geraakt werd, maar het verdriet leek niet helemaal tot bij haar te komen. Tegelijk merkte ze in haar lichaam spanning op in haar borst en schouders. Haar keel voelde vaak dichtgeknepen en haar ademhaling bleef oppervlakkig.
Toen we samen terugkeken naar haar kindertijd, werd geleidelijk duidelijk hoe weinig ruimte er vroeger was geweest voor haar verdriet. Wanneer ze huilde, werd daar niet altijd op gereageerd of kreeg ze opmerkingen zoals dat ze zich niet moest aanstellen. Als kind had ze geleerd dat het tonen van verdriet haar niet noodzakelijk dichter bij iemand bracht. Misschien leverde het zelfs afwijzing op, of kreeg ze het gevoel dat ze anderen tot last was. Ze vond manieren om haar tranen tegen te houden en leerde om door te gaan, sterk te zijn en zich aan te passen.
Wat me daarin raakt, is dat zo'n aanpassing op een bepaald moment heel vanzelfsprekend kan worden. Je hoeft niet langer bewust je tranen tegen te houden; je merkt misschien gewoon dat ze niet meer komen. En wanneer je later in je leven met verlies of teleurstelling te maken krijgt, kun je daar behoorlijk van in de war raken. Je weet dat je verdrietig bent, maar je voelt het niet zoals je verwacht had. Misschien vraag je je zelfs af of je wel genoeg om iemand gaf, omdat je niet huilt zoals anderen dat doen. Terwijl het uitblijven van tranen op zichzelf niets zegt over hoeveel iemand voelt of hoeveel iemand om een ander geeft.
Ook het omgekeerde kan gebeuren. Misschien huil je juist heel gemakkelijk, maar heb je moeite om te begrijpen wat er precies geraakt wordt. Verdriet kent veel verschillende vormen en laat zich niet bij iedereen op dezelfde manier zien. Het lijkt me daarom belangrijk om niet te snel te besluiten dat er iets mis is wanneer je niet kunt huilen, maar evenmin om ervan uit te gaan dat er onder elke lichamelijke spanning noodzakelijk oud verdriet verborgen zit. Nieuwsgierigheid kan ons verder brengen dan de verwachting dat emoties zich op een bepaalde manier zouden moeten uiten.
Het lichaam als ingang naar wat je ervaart
Bij Isabelle voelde haar lichaam zwaar aan, alsof er voortdurend iets op haar borst drukte. Tijdens onze sessies gingen we niet meteen op zoek naar een verklaring of naar een manier om dat gevoel weg te krijgen. We brachten eerst aandacht naar wat ze op dat moment ervaarde. Hoe voelde haar borst aan? Wat merkte ze op in haar keel? Veranderde er iets wanneer ze haar ademhaling gewoon liet verlopen zonder te proberen die te verbeteren? En wat gebeurde er wanneer ze even de tijd nam om bij een gewaarwording te blijven, zonder dat ze er iets mee hoefde te doen?
Dat lijkt misschien eenvoudig, maar wanneer je gewend bent om gevoelens snel weg te duwen of er met je verstand overheen te gaan, kan het bijzonder ongewoon zijn om ergens bij stil te staan zonder het meteen te willen veranderen. We zijn zo gewend om problemen op te lossen dat we ook bij onze emoties al snel op zoek gaan naar een verklaring of een uitweg. We willen begrijpen waarom we verdrietig zijn, hoe we ons beter kunnen voelen en wanneer het eindelijk voorbij zal zijn. Maar soms hebben we nog niet eens de tijd genomen om te ontdekken wat we eigenlijk ervaren.
Bij Isabelle ontstond er geleidelijk meer ruimte om haar lichamelijke gewaarwordingen op te merken. Niet omdat ze zichzelf dwong om te huilen, maar omdat ze niet langer alles hoefde te doen om haar tranen tegen te houden. Er was geen opdracht om verdriet naar boven te halen en evenmin een verwachting dat er op het einde van de sessie iets bijzonders moest gebeuren. We bleven bij wat zich op dat moment aandiende. Soms veranderde er iets in haar ademhaling, soms merkte ze vooral spanning op en soms was er niet veel meer dan het besef dat ze haar lichaam opnieuw begon waar te nemen.
Ik vind dat een belangrijk onderscheid. Aandacht geven aan verdriet betekent niet dat we het koste wat het kost naar boven moeten halen. We hoeven niet op zoek te gaan naar een grote emotionele ontlading om te kunnen zeggen dat er iets in beweging is gekomen. Soms begint verandering juist bij de ervaring dat je niet langer hoeft te vechten tegen wat je voelt, of bij het ontdekken dat je iets mag opmerken zonder dat je er onmiddellijk iets mee moet doen.
Verdriet hoeft niet altijd in tranen te eindigen
We hebben vaak een bepaald beeld van verdriet. We denken aan tranen, een brok in de keel, iemand die zijn hoofd laat hangen of de behoefte om getroost te worden. Maar verdriet kan zich ook heel anders tonen. Misschien voel je je moe, trek je je wat terug of merk je dat je moeilijker contact maakt met anderen. Misschien ga je juist heel hard werken, organiseer je alles wat geregeld moet worden of zorg je ervoor dat iedereen rondom jou het goed heeft. Aan de buitenkant lijkt er weinig aan de hand, terwijl je vanbinnen misschien nauwelijks ruimte ervaart om stil te staan bij wat je kwijt bent geraakt.
Dat betekent niet dat vermoeidheid, terugtrekgedrag of lichamelijke spanning automatisch tekenen van verdriet zijn. Ons lichaam en ons gedrag worden door veel verschillende factoren beïnvloed. Maar wanneer je merkt dat je jezelf afsluit op momenten waarop iets pijn doet, kan het interessant zijn om je af te vragen wat er gebeurt wanneer je even niet probeert om verder te gaan alsof er niets aan de hand is.
Misschien ontdek je dat je verdriet hebt over iets wat je verloren bent. Niet noodzakelijk iemand die gestorven is, maar ook een verwachting die niet is uitgekomen, een relatie die anders liep dan je had gehoopt of een deel van jezelf dat jarenlang weinig ruimte kreeg. Soms rouwen we om iets waarvan we pas veel later beginnen te begrijpen hoe belangrijk het voor ons was. En soms voelen we verdriet over iets wat we nooit echt hebben gehad, zoals de aandacht, de steun of de geborgenheid waar we als kind naar verlangden.
Dat soort verdriet laat zich niet altijd gemakkelijk benoemen. Je kunt immers moeilijk missen wat je nooit bewust hebt gekend. Misschien heb je pas als volwassene ervaren hoe het voelt wanneer iemand echt naar je luistert, wanneer je niet alles zelf hoeft op te lossen of wanneer je ergens mag zijn zonder iets te moeten bewijzen. Pas dan wordt duidelijk wat er vroeger misschien ontbrak. Niet om alsnog een oordeel over je hele kindertijd te vellen, maar om te erkennen dat er naast de fijne ervaringen ook iets kan zijn wat je gemist hebt.
En misschien is het juist die erkenning die ruimte geeft. Je hoeft niet te bewijzen dat je jeugd moeilijk genoeg was om verdriet te mogen voelen. Je hoeft je ervaringen evenmin groter te maken dan ze waren. Je mag gewoon onderzoeken wat ze voor jou betekend hebben en wat er vandaag nog doorwerkt in de manier waarop je met jezelf en anderen omgaat.
Wat als je niet langer hoeft weg te lopen?
Verdriet wordt soms voorgesteld als iets waar je doorheen moet, alsof er ergens een eindpunt ligt waarop je het verwerkt hebt en het je niet meer raakt. Maar ik weet niet of gevoelens zich altijd zo netjes laten afronden. Sommige verliezen blijven deel uitmaken van ons leven. Je kunt verdergaan, nieuwe verbindingen aangaan en opnieuw plezier ervaren, terwijl je op bepaalde momenten toch nog verdriet voelt om wat er niet meer is. Dat hoeft niet te betekenen dat je bent blijven hangen in het verleden.
Misschien gaat het er minder om dat verdriet zo snel mogelijk verdwijnt en meer om de ruimte die we het geven wanneer het zich aandient. Kun je erkennen dat iets je raakt, zonder jezelf meteen te vertellen dat je sterk moet zijn? Kun je even stilstaan bij een gevoel van gemis zonder jezelf te verwijten dat je er nu nog mee bezig bent? En kun je aanvaarden dat je soms niet precies weet wat je voelt, zonder jezelf te dwingen om er onmiddellijk woorden aan te geven?
Voor mij zit daar iets wezenlijks in. We hoeven niet elk gevoel te begrijpen vooraleer we er met zachtheid bij aanwezig kunnen zijn. Soms is het voldoende om op te merken dat er iets in ons leeft en onszelf niet meteen weg te sturen van die ervaring. Dat kan heel klein beginnen: even voelen hoe je op de stoel zit, merken dat je ademhaling verandert of erkennen dat een herinnering je raakt. En soms is het juist belangrijk om afstand te nemen, iets anders te gaan doen of steun te zoeken wanneer het te veel wordt. Ook dat hoort bij luisteren naar jezelf.
Misschien ontdekken we onderweg dat verdriet niet alleen iets is wat ons zwaar maakt. Wanneer we er op onze eigen manier ruimte voor kunnen vinden, kan het ons ook opnieuw in contact brengen met wat belangrijk voor ons is, met de mensen die we missen en met de verlangens die we lang hebben weggestopt. Niet omdat verdriet altijd een verborgen boodschap bevat die we moeten ontcijferen, maar omdat we onszelf beter leren kennen wanneer we niet voortdurend hoeven weg te duwen wat we voelen.
En misschien hoeft het uiteindelijk niet eens over huilen te gaan. Misschien gaat het erom dat je jezelf niet langer verplicht om sterk te zijn op de momenten waarop je je kwetsbaar voelt. Dat je niet meteen verder hoeft wanneer er iets pijn doet. En dat je, heel voorzichtig, mag ontdekken hoe het voelt om bij jezelf te blijven, ook wanneer je niet precies weet wat er allemaal in je leeft.